Don Bosco en de Salesianen

Giovanni Melchiorre Bosco (1815-1888) was een Italiaanse Rooms-Katholieke priester en de oprichter van de religieuze congregatie “Salesianen van Don Bosco”. Hij ontving de traditionele Italiaanse eretitel “Don” toen hij tot priester werd gewijd in 1841, nadat hij 6 jaar had gestudeerd aan het Seminarie van Chieri.

Tijdens zijn eerste jaren als priester bezocht Don Bosco de Turijnse gevangenis en voelde zich diep triest om daar zoveel jonge jongens te zien (12- 18 jaar oud). Zij verbleven onder erbarmelijke omstandigheden en hadden niemand die ze hielp om een vak te leren en ze daardoor een betere toekomst te geven. Don Bosco besloot zich in te zetten voor deze jongens en een eind te maken aan deze sociale wanorde. Hij trad in contact met straatkinderen, jonge delinquenten en andere in slechte omstandigheden verkerende jongeren.

In 1847 startte Don Bosco een oratorio in de achterbuurt van Valdoccoand, waar hij onderdak verleende aan jongeren die nergens anders heen konden. Zij ontvingen catechismus en kwamen bij elkaar om te bidden, te leren en te spelen. Don Bosco zette ook werkplaatsen op waar de jongens vaardigheden leerden en hij hielp bij de onderhandeling met werkgevers voor goede contracten. Door de jaren heen groeide het aantal jongeren dat onderdak kreeg bij Don Bosco enorm, tot wel 800 op het hoogtepunt.

Don Bosco ontwikkelde zijn eigen onderwijs systeem gebaseerd op de volgende waarden: verstand, geloof en liefdevolle goedheid. Hij was ervan overtuigd dat er niet zoiets als een “slecht kind” bestond. In plaats van straffen geloofde hij er heilig in dat geduld, begrip en goede zorg het beste in jonge mensen naar voren bracht. In zijn benadering waarbij de student centraal staat wordt iedereen als gelijke behandeld. Hij vond het de verantwoordelijkheid van de leraren om samenwerking, vertrouwen, zelfontwikkeling en sociale betrokkenheid te stimuleren.

Om hem te helpen bij zijn werk verzamelde Don Bosco mensen om zich heen die dezelfde idealen hadden en zich betrokken voelde bij jonge mensen vanuit hun geloof in God. In 1859 werd een officiële congregatie gevormd, de “Salesianen van Don Bosco”. Don Bosco vernoemde deze congregatie naar Sint Frances de Sales, een 17e -eeuwse bisschop uit Geneve die bekend stond om zijn vriendelijkheid en compassie. Don Bosco wilde dat zijn Salesianen volgens deze waarden zijn visie zouden uitvoeren. Het aantal Salesianen groeide en Don Bosco’s naam werd bekend in Europa en daarbuiten.

Don Bosco bleef zich inzetten tot aan het einde en toen hij stierf op 72 jarige leeftijd stond de beweging die hij had opgezet pas in de kinderschoenen. Tot op de dag van vandaag is deze actief en de Salesiaanse vereniging is nu de op-drie-na-grootste Katholieke religieuze orde in de wereld. De Salesianen geven tegenwoordig onderdak aan dakloze en risico jongeren, ze hebben scholen en centrums voor techniek, beroepsonderwijs en taalonderwijs voor jongeren en volwassenen, jongerenclubs en gemeenschapscentra.

Don Bosco is heilig verklaard in 1934 door Paus Pius XI.